De waan van de haard

Vertaald essay van Sam Harris, oorspronkelijk gepubliceerd op 2 februari 2012.
Sam Harris (1967) is een Amerikaanse auteur, filosoof en neurowetenschapper.

openhaard-pixabay-pexels

foto: pixabay-pexels

Veel atheïsten zijn vergeten – of hebben nooit ervaren – hoe het is om ongelukkig te botsen met de wetenschappelijke rationaliteit. We staan uit principe open voor goede bewijzen en sluitende argumenten. Over het algemeen zijn we bereid ze te volgen, waarheen ze ons ook mogen leiden. Sommigen van ons hebben zelfs hun beroep gemaakt van het beklagen van gelovigen die niet dezelfde rationele houding aannemen.

Onlangs stuitte ik echter op een voorbeeld van seculiere onverzettelijkheid die je een idee zou kunnen geven van hoe gelovigen zichzelf voelen als anderen hun denkbeelden bekritiseren. Zoals je zult zien is het geen perfecte parallel. Maar het grondige onderzoek dat ik tijdens vele etentjes heb gedaan suggereert dat het de moeite waard is om over na te denken. We kunnen het fenomeen ‘de waan van de open haard’ noemen.

Op een koude avond beschouwen de meeste mensen een goed onderhouden haardvuur als een van de meest heilzame genoegens die de mensheid heeft voortgebracht. Een vuur, dat veilig brandt binnen de begrenzing van een open schouw of houtkachel, is voor ons een zichtbare en tastbare bron van comfort. We houden van alle aspecten: de warmte, de schoonheid van de vlammen en – tenzij degene allergisch is voor rook – de geur die het afgeeft aan de omringende lucht.

Het spijt me te zeggen dat als een houtvuur dit gevoel bij je oproept, je het niet alleen bij het verkeerde eind hebt, maar gevaarlijk misleid bent. Het is mijn bedoeling je hiervan serieus te overtuigen. Je kunt het deels beschouwen als een mededeling van dienst, maar hou in gedachten dat ik een parallel probeer te trekken. Ik wil dat je je bewust bent van hoe je je voelt. En van de weerstand die het mogelijk oproept als je nadenkt over wat ik nu ga zeggen.

Hout is een van de meest natuurlijke stoffen op aarde. Het gebruik ervan als brandstof is universeel. Daarom stellen de meeste mensen zich voor dat het verbranden van hout iets volkomen onschuldigs is. Op een koude winterdag lijkt het inademen van een met houtrookgeur gevulde buitenlucht in niets op het paffen van een sigaret, of op het inademen van uitlaatgassen van een passerende vrachtwagen. Maar dat is een illusie.

Dit is wat we weten vanuit wetenschappelijk oogpunt: er is geen veilige ondergrens voor het inademen van houtrook. Het is minstens zo slecht als sigarettenrook en waarschijnlijk veel slechter. (Eén onderzoek wijst uit het 30 keer maal zo carcinogeen is.) De rook van een eenvoudig houtvuurtje bevat honderden stoffen die bewezen kankerverwekkend zijn, schade aan DNA en het ongeboren kind veroorzaken en irriterend zijn voor de luchtwegen. De meeste deeltjes die vrijkomen bij het verbranden van hout zijn kleiner dan één micron, ofwel één duizendste millimeter. Daarvan weten we dat ze het meest schadelijk zijn voor de longen. Sterker nog, deze ultra-fijnstofdeeltjes zijn zo klein dat ze onze verdedigingslinie in het longslijmvlies kunnen omzeilen en direct in de bloedbaan belanden, waar ze een risico voor het hart vormen. Deeltjes van deze microscopische omvang staan ook amper onder invloed van de zwaartekracht en kunnen tot weken aaneengesloten in de lucht blijven zweven.

Zodra ze de schoorsteen hebben verlaten keren de giftige gassen, zoals benzeen, en deeltjes waaruit de rook bestaat vrijelijk terug in jouw en andermans huis. (Uit onderzoek blijkt dat bijna 70% van de rook uit schoorstenen opnieuw binnendringt in nabijgelegen gebouwen.) Kinderen die in huizen wonen met actieve open haarden of houtkachels, of in gebieden waar de verbranding van hout veel voorkomt, lijden vaker aan astma, hoesten, bronchitis, nachtelijk ontwaken en een aangetaste longfunctie. Bij volwassenen wordt houtrook in verband gebracht met een stijging van bezoeken aan de eerste hulp en ziekenhuisopnames voor ziektes aan de luchtwegen, tezamen met verhoogde sterftecijfers door hartinfarcten. Het inademen van houtrook verzwakt zelfs bij relatief lage niveaus het immuunsysteem van de longen. Dat leidt tot een grotere gevoeligheid voor verkoudheid, griep en andere luchtweginfecties. Al deze effecten worden onevenredig gedragen door kinderen en ouderen.

De wetenschap heeft vastgesteld dat de treurige waarheid over het verbranden van hout een morele zekerheid is. Dat mooie, gezellige vuurtje in je houtkachel is slecht voor je. Het is slecht voor je kinderen. Het is slecht voor je buren en hun kinderen. Het stoken van hout is ook compleet onnodig, want in de westerse wereld hebben we voldoende betere en schonere alternatieven om onze huizen te verwarmen. Als je hout verbrandt in de VS, Europa, Australië, of een ander westers land, is het hoogst waarschijnlijk dat je dat recreatief doet – en het voortbestaan van deze gewoonte is een belangrijke bron van luchtvervuiling in steden wereldwijd. Sterker nog, houtrook draagt vaak sterker bij aan schadelijke deeltjes in de stedelijke lucht dan welke andere bron ook.

In de derde wereld is de verbranding van vaste brandstoffen in de woning het op een na grootste milieurisico voor de gezondheid, alleen voorgegaan door slechte sanitaire voorzieningen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat het in 2000 bijna 2 miljoen voortijdige sterfgevallen op jaarbasis veroorzaakte – dat is aanzienlijk meer dan veroorzaakt door verkeersongevallen.

Ik vermoed dat velen van jullie al begonnen zijn met het opstellen van tegenargumenten van het soort dat bekend zal zijn voor iedereen die ooit heeft gedebatteerd over nut en noodzaak van religie. Hier is er één: “De mens heeft zichzelf duizenden jaren verwarmd rondom vuren. Deze praktijk was noodzakelijk voor het overleven van onze soort. Niets is natuurlijker voor ons dan het verbranden van hout om warm te blijven.”

Zeker. Maar vele andere zaken zijn net zo natuurlijk en waren vroeger net zo gebruikelijk. Zoals het sterven op de rijpe leeftijd van dertig jaar. Ook het sterven tijdens de geboorte is bij uitstek natuurlijk, net als vroegtijdig overlijden door een reeks van ziekten die nu behandeld kunnen worden. Opgegeten worden door een leeuw of een beer is ook je geboorterecht – of zou het zijn zonder de beschermende kunstgrepen van onze beschaving. Zelf de maaltijd worden van een grote carnivoor zou je net zo zeker verbinden met de rijke geschiedenis van onze soort als het welbehagen van de haard ooit zou kunnen. Al bijna twee eeuwen groeit de kloof tussen wat natuurlijk is – met alle onnodige ellende die erbij komt kijken – en wat goed is. Het inademen van de dampen uit de schoorsteen van je buurman, of uit je eigen schoorsteen, staat nu aan de verkeerde kant van de streep.

Het dossier houtrook is inmiddels net zo dik en duidelijk als het dossier sigarettenrook. De zaak is zelfs nóg sterker, want als je een houtvuurtje aansteekt vergiftig je nodeloos de lucht die iedereen in een kilometerwijde omtrek in zal moeten ademen. Zelfs als je elke inmenging van ‘vadertje staat’ verwerpt, kun je er niet omheen dat het recreatieve verbranden van hout onethisch is en illegaal zou moeten zijn. Zeker in stedelijk gebied. Door het aansteken van een houtvuur creëer je onvermijdelijk luchtverontreiniging. Het kan de helderste dag van het jaar zijn, maar verbrand een voldoende hoeveelheid hout en de luchtkwaliteit in de omgeving van je huis zal lijken op die tijdens een slechte dag in Peking. De buren zouden niet de prijs moeten betalen voor jouw archaïsche stookgedrag. Er is geen enkele manier waarop zij de kosten voor de aantasting van hun belangen bij jou in rekening kunnen brengen. Daarom zouden zelfs liberalen en libertariërs bereid moeten zijn wetten te steunen die het recreatieve verbranden van hout aan banden legt ten voordele van schonere alternatieven.

Ik heb ontdekt dat als ik dit pleidooi maak zich snel een psychologisch verschijnsel manifesteert in de vorm van een paar gebalde vuisten, zelfs bij zeer intelligente en gezondheidsbewuste toehoorders: ze willen er niks van weten. De meeste mensen die ik ontmoet willen in een wereld leven waarin houtrook onschadelijk is. Zij lijken werkelijk gecommitteerd om in zo’n wereld te leven, ongeacht de feiten. Te proberen hen te overtuigen dat hout verbranden schadelijk is – en dat altijd is geweest – is op de een of andere manier beledigend. Het ritueel van het houtvuur is simpelweg te vertrouwd om te heroverwegen, haar troost zo oud en alomtegenwoordig dat het wel goedaardig moet zijn. Ieder alternatief – brandend gas boven nepblokken hout of een levensechte moderne sfeerhaard met LED verlichting – lijkt heiligschennis.

En toch, de realiteit van onze situatie is wetenschappelijk gezien ondubbelzinnig: als de gezondheid van je eigen familie en die van de buren je aan het hart gaat, zou het aanzicht van een gloeiende open haard ongeveer net zo geruststellend moeten zijn als het aanzicht van een stationair draaiende dieselmotor in je huiskamer. De tijd is aangebroken om de betovering van het houtvuur te doorbreken.

Uiteraard, als je ook maar enigszins zoals mijn vrienden bent, zal je weigeren dit te geloven. En dat zou je enig idee moeten geven van waar we het tegen op moeten nemen telkens als we een controversieel religieus denkbeeld aan de kaak stellen.

Aanbevolen leesmateriaal: Naeher et al. (2007): “Woodsmoke health effects: a review.Inhalation Toxicology, 19(1): 67-106.

 

Stichting Houtrookvrij, oktober 2016